Geiten & schapen

De kinderboerderij heeft in totaal 6 geiten en 6 schapen.

Dwerg geiten ( Mimi en Sanneke )

Nederlandse dwerggeiten kwamen al lang geleden uit Midden-Afrika. In Nederland zijn ze vooral te vinden op kinderboerderijen, omdat ze levendig, knuffelbaar,  aanhankelijk en trouw zijn, voor kinderen een bij uitstek geschikt dier. Het zijn kuddedieren. Deze geiten worden 50-60 cm hoog, hebben een korte stevige hals, korte benen en in verhouding een zware bouw en een korte en glanzende beharing.

Wallische geiten ( Nanda en Noemi )

De Wallische geiten of Zwarthalsgeiten zijn sterk en vrij sober. Komt oorspronkelijk uit het kanton Wallis in Zuidwest-Zwitserland en is misschien wel de meest behaarde geit, waarbij het voorste deel scherp begrensd zwart en de rest wit is. Op voorhoofd, wangen en kin groeit wat langer haar en ze hebben een sik. Ook de horens mogen er wezen. De vacht  moet regelmatig worden gekamd om alle klitten eruit te halen, anders gaat de vacht vervilten. Wij knippen of scheren deze geiten zeker 1 keer per jaar.

Nubische geit ( Ischa en Lizzy )

In de tweede helft van de negentiende eeuw reisden de Nubische geiten mee met Engelse stoomschepen uit het Midden-Oosten om de passagiers aan boord gedurende de lange reis van verse melk te voorzien.
De Nubische geit is het grootste geitenras ter wereld. Het dier heeft een lange, slanke nek. Zijn kop heeft geen sik of belletjes maar wel brede, lange, hangende oren. Zijn neus is sierlijk gebogen en de ogen stralen een zachtaardige warmte uit, die overeenkomt met zijn lieve karakter. De Nubische geit heeft een statige manier van lopen, die bijna koninklijk is. Hij kan in alle kleuren voorkomen.

Friese melkschapen ( Evy en Veronica )

Het Friese melkschaap is het hoogst melkproductieve schaap ter wereld. Dit schaap is gefokt op melk, vruchtbaarheid en lieve karakter. Het  melkschaap is een geheel wit en vrij groot schaap. De kop is onbewold met zijde-achtig haar. De oren zijn lang, matig breed, en worden iets naar voren, zijdelings uitstaand gedragen. De kop heeft veelal een adellijke uitdrukking.

Mergellander schapen ( Tiela en Toke )

De Mergellanders werden ooit gehouden voor de mest, het vlees en de wol. De Mergellander is een middelgroot ras met een dichte en dikke vacht, een gevlekt patroon op poten en kop, een onbewolde kop, een iets bolle neus, een imposante kraag bij de rammen, een lange staart, zwarte neusspiegel en zwarte hoeven.
Behalve een mooi en rustig schaap, is de Mergellander doorgaans ook gezond en sterk. Het ras kent weinig geboorteproblemen.

Walliser Schwarznase ( Oreo en Olke )

De Walliser Schwarznase heeft niet alleen een zwarte neus, het zwart loopt door tot rond z’n ogen. Ook de oren zijn zwart, evenals de hakken en knieën. De ‘zwartneus’ is een middelgroot schaap. Ooien hebben een lichte ramsneus en lange spiraalvormige, witte horens die van de kop afdraaien. De schapen zitten dik in de wol, ook bovenaan de kop en zelfs aan de poten.
Ze zijn  rustig, nieuwsgierig, heel gemoedelijk en aanhankelijk. Het zijn net ‘teddyberen’, omdat ze zo aaibaar zijn. De ooi onderscheidt zich door zeer goede moedereigenschappen. Dit schapenras is honkvast waardoor weinig afrastering nodig is. Het zijn kudde dieren die meestal dicht bij elkaar blijven.